Samenwerken buiten het CAHF om

Vorig jaar beëindigden de Vlaamse musea voor hedendaagse kunst hun formele samenwerkingsverband CAHF (Contemporary Art Heritage Flanders). Deze vzw met daarin het M HKA, Middelheimmuseum, Mu.ZEE en S.M.A.K. was opgericht in 2009 om de onderlinge samenwerking te versterken. Ze leidde tot mooie resultaten, maar ook tot het inzicht dat samenwerken efficiënter verloopt buiten dit formele kader om.

Samenwerkingsverbanden VKC en CAHF

In 2006 werd de vzw Vlaamse Kunst Collectie (VKC) opgericht: een officieel samenwerkingsverband tussen de grote kunstmusea van de Vlaamse Gemeenschap. Oorspronkelijk telde de vereniging drie leden (KMSKA, MSK Gent en het Groeningemuseum). Later trad ook de groep Musea Brugge toe, M Leuven en Mu.ZEE in Oostende.

De Vlaamse Overheid wilde daarvan ook een tegenhanger voor de musea van hedendaagse kunst. Dus gaf Jos Van Rillaer, administrateur-generaal bij het Vlaamse Agentschap Kunsten en Erfgoed, opdracht aan directeur Bart De Baere om hiervoor een startnota te schrijven. Daaruit ontstond in 2009 het Contemporary Art Heritage Flanders, kortweg CAHF.

Verschil in typologie en aanpak

Opzet van het CAHF was met de vier grote Vlaamse musea voor hedendaagse kunst samen de culturele erfgoedwerking te stimuleren, en door de samenwerking ook kosten te besparen. Een nobele visie, maar die bleek in de realiteit minder makkelijk te realiseren.

Directeur Bart De Baere: “Het CAHF heeft nooit echt zijn juiste draai gevonden en dus ook geen duurzaamheid gekregen. Dat ligt niet aan de musea zelf, maar aan de museumtypologie. Kijk je naar de musea van schone kunsten, vind je daar meer standaardisering. Aan de basis van hun collecties liggen voornamelijk schilderijen en sculpturen, vaak enkele eeuwen oud. Voor dat soort collecties is het vaak makkelijker om een consensus te vinden.”

Net de dissensus, het verschil in aanpak tussen de musea van hedendaagse kunst, leidt tot nieuwe inzichten en resultaten

Bart De Baere, algemeen & artistiek directeur M HKA

“Hedendaagse kunst is veel complexer en gecompliceerder. Daarbij kan alles belangrijk zijn. Er is niet alleen het afgewerkte schilderij of beeld, ook de performance kan een kunstwerk zijn, een uitnodiging of een brief, een affiche, zelfs een manier van handelen van de kunstenaar. Een hedendaags kunstwerk kan echt alle vormen aannemen. Dat maakt het niet evident om met zijn allen op eenzelfde lijn te zitten. Net de dissensus, het verschil in aanpak tussen de musea van hedendaagse kunst, leidt tot nieuwe inzichten en resultaten.”

Kennisdeling via CAHF-publicaties

Het CAHF heeft wel enkele mooie realisaties opgeleverd, zoals de publicaties. Bart De Baere: “De beleidsnota van 2004 van het M HKA voorzag al dat musea zich beleidsmatig moesten heroriënteren op basis van databases. Daarin nam het M HKA het voortouw. De idee om dit via CAHF uit te bouwen lukte niet, VKC ging daarmee verder aan de slag. We hebben met het M HKA een eigen duurzaam content management systeem ontwikkeld, ‘Ensembles’, om onze brede collectie en de inzichten daarover overzichtelijk te systematiseren vanuit onze perspectief die niet uit kunstwerken vertrekt, maar uit de artistieke visie van kunstenaars. In dit digitaal beheersysteem structureren we per kunstenaar alles wat van belang is, van notitie tot kunstwerk, op verschillende lagen. Zodat zowel publiek als onderzoekers deze info kunnen raadplegen.”

“Over dit nieuwe denken over onze collectie als een verzameling van rechten en inzichten, en hoe die te beschrijven, maakten we wel een aparte CAHF-publicatie, die een mogelijke benadering voor een datagedreven museumwerking aangeeft die nog altijd relevant is.”

“Een andere CAHF-publicatie was gewijd aan ons Euraziatisch perspectief, een andere belangrijke eigenheid van het M HKA. We koppelden dit aan een tentoonstelling in Torun in Polen.”

Internationalisering en groei

Het CAHF had ook internationalisering voor ogen, om Vlaanderen op vlak van hedendaagse kunst op de wereldkaart zetten. Bart De Baere: “Hedendaagse kunstmusea zijn kernspelers in een diepe internationale werkelijkheid. In de hedendaagse kunst kan je van helemaal nergens plots naar een toppositie in Los Angeles groeien. Dat internationale aspect is eigen aan onze sector.”

“Hedendaagse kunstmusea zijn eigenlijk kunstinstellingen met een cultureel erfgoedfundering. Toch worden ze beleidsmatig uit die tweede component benaderd. De poging van het beleid om het beeldende kunstenveld zichtbaar te maken, is maar deels geslaagd. Lange tijd hadden binnen de kunsten de podiumkunsten altijd een enorm overwicht. De beeldende kunst maakte slechts een fractie van het totaal uit en cultureel erfgoed was beleidsmatig haast onbestaand. Die enorme achterstand voor cultureel erfgoed zijn we nu wel aan het wegwerken.”

“Zo kregen stadshistorische musea gestalte met o.a. het MAS en het STAM. Musea voor schone kunsten zoals het MSK Gent en het KMSKA kregen een make-over. En ook vpuboor musea van hedendaagse kunst is een basisinfrastructuur nu een actieve vraagstelling geworden. Het Vlaamse museumveld is volwassener geworden. De hedendaagse kunst is daarbij een sleutelsector, misschien wel omdat die met het galeriewezen zo performant is, omdat ze tussen de uitdagingen van kunstpraktijk en institutionele systematiek zit.”

Het Vlaamse museumveld is volwassener geworden. De hedendaagse kunst is daarbij een sleutelsector.

Bart De Baere

Effectief informeel samenwerken

Bart De Baere: “Omdat de samenwerking van bovenaf werd opgelegd, is het CAHF altijd een ongemakkelijk platform geweest. Er werden ook amper middelen voorzien. Ik beschouw het als een pleister op een houten been. Als je naar samenwerking streeft, is het ook goed dat het klikt tussen de partners. Hier pakte de mayonaise van in het begin vaak niet.”

“Dus moesten we een beslissing nemen. It takes four to tango. Als anderen wel willen dansen, maar niet binnen een formele structuur, dan was de ontbinding van het CAHF een logisch gevolg. In formele organen kunnen overbodige formele complicaties optreden. Die bijkomende lasten vallen nu weg.”

“Natuurlijk blijven we wel samenwerken buiten het CAHF om. Daarvoor hebben we geen formele organen nodig, met een eigen voorzitter en algemene vergadering, een raad van bestuur, verplichtingen en administratie. De ontbinding van het CAHF is vooral een pragmatische beslissing geweest. We kunnen ons nu meer focussen op onze kerntaken. De informele samenwerking die we vandaag blijven hebben, is flexibeler, efficiënter en werkt ook beter.”